Halve maatregelen niet genoeg voor Afrika en Europa

Op-ed in de Specatator
Marietje

Terwijl ik afgelopen zomer de EU-verkiezingswaarnemingsmissie naar Kenia leidde, vroeg een jonge vrouw: “Vinden jullie halfbakken democratie goed genoeg voor ons in Afrika?” Het antwoord op deze vraag is natuurlijk nee. Toch bestaat nu het risico dat de EU, door vooral met de lens van ‘migratiemanagement’ naar Afrika te kijken, wél voor halve maatregelen kiest. Zo worden grondoorzaken van problemen niet aangepakt en verliezen we het belang van beleid dat op lange termijn effect heeft, uit het oog.

Migratie domineerde in elk geval de recente top tussen de Afrikaanse Unie en de Europese Unie in Ivoorkust. Er werd geschokt gereageerd toen CNN beelden toonde van migranten die in Libië als slaven worden verhandeld. Rwanda bood aan om migranten op te nemen en de EU en AU besloten hen te evacueren.

De erbarmelijke omstandigheden van vluchtelingen en migranten zijn al langer bekend, maar weerhouden Europese lidstaten er intussen niet van schimmige migratie-deals met autoritaire regimes te sluiten om hen vooral weg te houden van Europa. De economieën van landen waar vanuit mensen vertrekken profiteren vervolgens van het geld dat terug wordt gestuurd. Het uitbesteden van migratiemanagement is zo een weinig menselijke of duurzame aanpak.

Het aanpakken van de grondoorzaken waarom mensen vluchten of migreren is essentieel, dat gebeurt niet met het schrijven van een cheque aan een corrupte regering

Een brede, ambitieuze agenda voor het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen in Afrika is verstandiger. Het succes van Afrika is voor Europa relevant, en problemen van Mali tot Mozambique raken ons ook. Waar jongeren geen toekomst hebben, zijn ze kwetsbaar voor gangs of terroristische organisaties; waar meisjes niet naar school gaan, krijgen ze vaak jong kinderen en groeit de bevolking terwijl ontwikkeling achterblijft. Door armoede, oorlog en klimaatproblemen raken mensen op drift, op zoek naar asiel of een beter bestaan. Het aanpakken van de grondoorzaken waarom mensen vluchten of migreren is essentieel, dat gebeurt niet met het schrijven van een cheque aan een corrupte regering.

Het Europees buitenlandbeleid is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van leven van mensen. Soms heeft dat beleid pas op termijn een positief effect. Zo moeten handelsafspraken mensen in ontwikkelingslanden kansen geven om zonder invoerheffingen toegang tot de Europese markt te krijgen. In ruil daarvoor moeten regeringen van die landen mensenrechten en arbeidsomstandigheden verbeteren door VN en ILO-conventies te implementeren. Het stimuleren van groei, terwijl goed bestuur en de rechtsstaat worden verbeterd, draagt bij aan meer respect voor rechten van mensen, maar ook aan een aantrekkelijker klimaat voor internationale investeringen.

Op het gebied van digitalisering kunnen ontwikkeling en de verbetering van mensenrechten ook goed samengaan. Door ontwikkelingshulp te gebruiken voor digitalisering, en meer geld te investeren in noodzakelijke randvoorwaarden zoals elektriciteit en glasvezelverbindingen, krijgen jongeren toegang tot het internet en de digitale economie. Wanneer intussen databescherming, netneutraliteit en vrijheid van meningsuiting gegarandeerd worden, is de kans dat een startup in Nairobi of Abuja slaagt en banen creëert, groter.

Eurocommissaris Ansip sloeg in Abidjan de spijker op de kop toen hij zei dat Europa en Afrika een gezamenlijke visie moeten hebben om de Europese digitale markt en de Afrikaanse economieën met elkaar te verbinden. In de 21ste eeuw is de digitale economie een van de belangrijkste aanjagers van ontwikkeling. Deze boodschap werd helaas volledig overschaduwd door de vreselijke berichten uit Libië.

Het is goed dat Afrika weer prominent op de Europese agenda staat. Maar om een groot aantal complexe problemen te helpen aanpakken, moeten we niet kort door de bocht gaan. De effecten van handelsafspraken, het verbeteren van goed bestuur, digitalisering en een jeugdstrategie zorgen niet voor onmiddellijk effect. Wel moeten ze op lange termijn de kwaliteit van leven van mensen verbeteren, wat de kans op instabiliteit, vluchtelingen en migratie verkleint.

Bovendien is spreken van een partnerschap geloofwaardiger als we niet alleen vanuit Europees korte termijn-belang opereren. Jongeren zien via hun mobiele telefoons snel genoeg wanneer er een dubbele standaard wordt gehanteerd, of een halfbakken aanpak. Het voorkomen van een kansarme generatie die cynisch naar Europa kijkt, is niet alleen het juiste om te doen, maar is ook in ons eigen belang.

Origineel gepubliceerd in de Spectator van Clingendael hier.