Op Mensenrechtendag een Magnitsky Act voor Europa

Blog
Marietje

Vandaag zeventig jaar geleden tekenden de leden van de toen nog gloednieuwe Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

Na twee gruwelijke wereldoorlogen groeide het internationale bewustzijn dat waardigheid en de daaruit voortvloeiende universele mensenrechten de basis zijn voor vrijheid, gelijkheid en vrede.

Diezelfde gedachte leidde ook tot de eerste stappen in Europese integratie. En mensenrechten moesten niet alleen verklaard worden, maar ook politiek ondersteund en vastgelegd. Zo werden mensenrechten een rode draad door zowel het interne als het internationale optreden van wat vandaag de Europese Unie is.

In de praktijk is dat niet altijd even makkelijk, want welke druk heb je op andere landen die niet geloven in principes als menselijke waardigheid en individuele rechten? En zijn regeringen bereid om economische of energie belangen in te leveren, om te staan voor principes? 70 jaar geleden al onthielden Saoedi-Arabië en de toenmalige Sovjetunie zich bijvoorbeeld bij de stemming.

Toch heeft Europa sinds 1948 niet stilgezeten en zijn de bescherming en promotie van mensenrechten en internationaal recht nu een integraal onderdeel van het Europese buitenlandbeleid. Zo kunnen we sancties opleggen tegen regimes die vrede en stabiliteit ondergraven. Zulke maatregelen werden bijvoorbeeld genomen na de Russische inval en illegale annexatie van de Krim. Daarmee wordt Moskou precies daar geraakt waar het pijn doet: in de portemonnee. Onlangs werden nieuwe afspraken gemaakt, om ook na cyber- en chemische aanvallen, een pakket maatregelen klaar te hebben liggen dat snel kan worden opgelegd.

Bovendien komt er na jarenlange druk van het Europees Parlement en de recente inzet van de Nederlandse regering, eindelijk schot in een ‘Europese Magnitsky Act’. Na de verdoezelde moord op de anticorruptie-advocaat Sergei Magnitsky in een Russische politiecel, zetten de Amerikanen een sanctiesysteem op om gerichte sancties te heffen op individuen die betrokken zijn bij mensenrechtenschendingen. Het is essentieel dat ook Europa op deze manier mensenrechten schenders verantwoordelijk houdt. Het bevriezen van tegoeden, of het weigeren van een visum voor individuen is effectiever en rechtvaardiger dan het straffen van een hele bevolking voor het gedrag van onderdrukkende machthebbers. 

De brute moord op de Saoedische journalist Jamal Khashoggi is een tekenend voorbeeld en onderstreept hoe nijpend Europese mensenrechten sancties zijn. Het is ondenkbaar dat de daders van deze moord hun internationale jetset leven voortzetten alsof er niets is gebeurd, en ze komen winkelen in Londen, op vakantie gaan in de Franse Riviera en hun kinderen naar de beste Europese scholen en universiteiten sturen. Door hun buitenlandse reizen aan banden te leggen en geld op Europese bankrekeningen te bevriezen raken we de daders ook precies waar het pijn doet. 

Op dit moment hebben zes landen, waarvan 3 Europese lidstaten al een eigen Magnitsky-regime. Maar sancties zijn zo sterk als de zwakste schakel. Daarom moet de EU als één blok optreden. Het kan niet zo zijn dat personen op de Europese zwarte lijst in bepaalde lidstaten toch welkom zijn. Zo was eerder dit jaar het hoofd van de Syrische veiligheidsdienst op uitnodiging van de Italiaanse regering in Rome, terwijl Frankrijk een arrestatiebevel uitvaardigde. Ook bedrijven lappen de regels nog te vaak aan hun laars. Nederlandse bedrijven leverden materialen voor de bouw van de controversiële brug tussen Rusland en de Krim en via België belandden bestanddelen voor chemische wapens in Syrië.

Eenduidige regels en ondubbelzinnige toepassing zijn nodig voor Europese geloofwaardigheid en slagkracht. Geen land steekt graag de hand in eigen boezem. Daarom moet een Europese Magnitsky Act hand in hand gaan met de creatie van een Europees sanctietribunaal dat vast kan stellen wanneer landen of bedrijven sancties zelf niet naleven.

We hebben onvoorstelbaar veel vooruitgang geboekt de afgelopen 70 jaar maar als we één ding geleerd hebben, is het dat mensenrechten nooit vanzelfsprekend zijn. Ze vragen leiders die zich uitspreken, met één stem, en de daad bij het woord voegen.